terug naar de homepage

Het proces

Glasblazen is een voortdurend gevecht tegen de tijd. Als het uit de oven komt is het rond de 1100 graden celsius en stroperig vloeibaar. Bij deze temperatuur laat het zich in alle mogelijke vormen duwen en trekken, maar helaas, eenmaal ermee bezig koelt het snel af en wordt het onhandelbaar. Dan moet je weer terug naar de oven om het op te warmen en weer week te maken, terug naar de bank om het te bewerken, terug naar de oven, terug naar de bank enzovoorts en zo verder.
Snelheid is hier van groot belang. Soms lijken de bewegingen van de glasblazer dan ook op een dans, met vaste figuren en bewegingen die zo efficient mogelijk worden uitgevoerd. Zelfs voor iets eenvoudigs als het gaan zitten op de bank is een figuur bedacht: "het openen en sluiten van de deur".

blazersbank

Ondertussen loert ook de zwaartekracht op een kans het zachte werkstuk omlaag te trekken en te vervormen of zelfs helemaal van de pijp te laten druipen. De eerste zorg van de glasblazer is dan ook om de pijp altijd rond te laten draaien, net zoals een lepel waar teveel stroop op zit. De twee lange 'armleuningen' van de glasblazersbank zijn daar speciaal voor bedoeld. "Blijven draaien, blijven draaien, blijven draaien", dat zul je de eerste dagen wel honderd keer horen.

Als het werkstuk dan klaar is kan het niet zomaar in een hoekje worden neergezet tot het genoeg is afgekoeld om op te pakken. Het werkstuk moet in een koeloven worden gezet waarin het langzaam kan afkoelen. De duur daarvan is afhankelijk van de grootte van het werkstuk; voor ons is dat ongeveer 24 uur. Om stukken in die koeloven te zetten krijg je een kap op en twee hele dikke handschoenen.

Als het stuk dan heel uit de koeloven is gekomen, moet het meestal nog worden bijgeslepen, zodat het glaasje, de vaas of het presse-papier ook een beetje rechtop staat en geen krassen op de tafel maakt. Daarvoor hebben we dan een tafel met een ronddraaiende glazen plaat, waarop een mengsel van water en slijppoeder. Een geduldwerkje, maar het hoort er wel bij.

De werktuigen

Gesmolten glas is heet. En al koelt het tijdens de verschillende bewerkingen af, het is altijd nog 500 graden als het de koeloven in gaat. Daarom raken we het glas ook alleen aan met de werktuigen.

Eerst en vooral zijn dat de pijp en de pontil. De pijp is, de naam zegt het al, een holle ijzeren pijp waarmee we een lik glas uit de smeltoven halen (keien) en er de bel mee blazen die de grondvorm is van de meeste werkstukken. Over die bel wordt dan meer glas gekeid, het wordt uitgeblazen en ingeknepen en op een gegeven ogenblik moet de bel ook weer los van de pijp om er verder mee te kunnen werken.

Hier komt dan de pontil aan de beurt. De pontil lijkt op de pijp, maar hij is niet hol van binnen, je kunt er dus niet mee blazen. Met de pontil halen we ook een likje glas uit de oven, maar dat glas dient er dan voor om het werkstuk mee vast te lijmen. Of om er bloemblaadjes mee te maken, trails, slingers en alle andere versieringen die geblazen glas zo decoratief maken.

Dan de jack of benenschaar. Voorlopig gebruiken we die vooral om een mooie rechte rand in de glazen bel te zetten, waar we hem later kunnen afbreken. De vorm van die bel wordt verder bepaald door hem in een hol houten blok (Klotz) te laten draaien, of nog beter in een natte, opgevouwen krant die we in de rechterhand houden.

papegaaibekschaar.

Snelheid is van belang bij het glasblazen. Dat zien we heel mooi aan de papagaaibekschaar, waarin tang en schaar zijn gecombineerd tot iets dat eruit ziet als een middeleews martelwerktuig.
Als we bijvoorbeeld een trail (uitgetrokken glazen draad), of een andere versiering op het werkstuk willen zetten, brengt de assistent een dotje glas op een pontil. Met het voorste deel van de papagaaibekschaar pakken we de pontil aan om het eind met het glas naar de juiste plaats op het werkstuk te brengen, het vast te plakken en vervolgens weer vanaf te trekken. En het tweede deel is een schaar om het hete glas af te knippen. Efficiency!

soufletta

Naast een zware pincet, wat gewone scharen, tangen en natuurlijk de natte krant vinden we nog een ander vreemd voorwerp op de blazersbank: de Soufletta. Een omgekeerde trechter op een gebogen steel. De soufletta wordt gebruikt om een bel die al op de pontil zit op te blazen. De opening zit dan immers vooraan, van de pontil afgekeerd en het spitse deel van de trechter wordt in de opening geplaatst waarna de bel verder wordt opgeblazen. Bij het maken van glaasjes is dit meestal het meest enerverende deel.

Tenslotte nog de marver. Dit is een vlakke plaat van staal of marmer (vandaar de naam), waarop het glas kan worden vlak gerold, kleuren kunnen worden opgenomen en dergelijke.




Het opzetten van een glas

Eerste kei en duimblazen

Een glas is iets "waar iets in kan", net zoals een vaas of een schaal. Zulke stukken maken we aan de blaaspijp. Hun tegenhanger zijn de solide stukken, zoals presse-papiers, die ook aan de pontil gemaakt kunnen worden.

Eerste belletje na het duimblazen.

De eerste stap is dat je met een warme pijp (de laatste centimeter donkerrood) met een draaiende beweging een likje glas uit de oven haalt ("keien" van het franse cueillir, plukken. De engelsen spreken over "gathering"). Al draaiende loop je naar de bank en daar ga je duimblazen. Duimblazen is eventjes wat druk in de pijp blazen en meteen met je duim in je mond die pijp afsluiten. Het uitzetten van de hete lucht doet dan de rest. Hiervoor is wat oefening nodig en de meeste mensen krijgen het pas na een of twee zittingen onder de knie.
Links zie je het gewenste resultaat na het duimblazen. Hoe mooier en regelmatiger het glas is verdeeld over de pijp en over het belletje, des te beter je uitgangspunt voor de volgende stappen.

Tweede kei en vormen van het glas

Afhankelijk van de uiteindelijke grootte van je glas moet je hier een of meer keer overheen keien. Ook dat is in het begin een hele opgave. Je wacht tot het glas aan de pijp is afgekoeld en zijn gloeiende kleur heeft verloren, anders is het te zacht en gaat de nieuwe glasmassa overal heen. Het nieuwe glas wordt dan weer met de bekende draaiende beweging uit de oven gehaald en al draaiend breng je je werk naar de bank en gaat zitten.

Tweede kei na het stellen met de klotz.
Het gearceerde deel van de schets is de eerste kei.

Het glas verheugt zich intussen in de nieuwe vrijheid en probeert van je pijp af te druipen of slingert zich juist vreugdevol om de pijp en zichzelf tot een onontwarbaar vogelnest. Om dit te voorkomen vangen we het meteen in de klotz, waarin we het tot een mooie spoel draaien. Niet te wild: het luchtbelletje binnenin moet mooi rond en open blijven.
Als het glas zich heeft gestabiliseerd kunnen we na de tweede of derde kei gaan blazen. We houden de pijp hierbij schuin omlaag gericht en blijven steeds draaien. De kunst is om steeds een beetje bij te blazen, te wachten, weer wat te blazen, te wachten enzovoort. Door het wachten tussendoor krijgt het dunne deel van de bel de kans wat af te koelen en zal daardoor bij de volgende 'blaas' minder meedoen. De dikkere stukken blijven warmer en blazen beter uit. Hierdoor krijg je een bel met mooie, regelmatige wanden. Als de hitte eruit is, zal de bel niet meer vervormen bij het blazen. Terug naar de oven en opwarmen.
Het is een goed idee om wat meer glas in de achterkant van de bel te laten zitten, de plaats die later de bodem van het glas gaat worden. Eventueel koelen we dat deel extra met de achterkant van de jack, de natte krant of de klotz.

De neck en de bodem van het glas in wording.

Als de bel een beetje vorm begint te krijgen, kunnen we ook de nek gaan zetten met de benenschaar of jack. We pakken de jack onderhands beet, zodat de benen omlaag wijzen. Dan zetten we hem schrijlings op de warme bel met de bedoeling het glas daar in te knijpen zodat we een mooie rand krijgen om de bel straks af te kunnen tikken. Knijpen is trouwens het verkeerde woord: we moeten zeker niet gaan knijpen, want dan duwen we de nek plat. Zachtjes aanleggen en fink doordraaien is het motto. Tenslotte duwen we met een plankje of de achterkant van de jack de bodem wat plat. Uiteraard steeds tussendoor opwarmen.
En de assistent legt nu zovast een pontil warm, waarvoor dat zien we straks.
Dat opwarmen is ook al een hele kunst. Als we bij de oven aankomen steken we het hele stuk twee seconden door, dat wil zeggen dat we het zover in de oven steken dat ook de aanhechting op de pijp of de pontil wordt meegenomen (een-en-twintig, twee-en-twintig). Dan positioneren we het werkstuk zo dat de warmte daar komt waar we hem willen hebben. Voor de hele bol natuurlijk de hele bol in de oven, vlak achter het deurtje. Maar als we de bodem willen fatsoeneren, dan natuurlijk alleen de bodem voor de opening houden. En voor we teruggaan naar de bank weer even doorsteken...drie-en-twintig, vier-en-twintig.

Het overnemen op de pontil

Het is de bedoeling dat de neck die we net hebben gezet, de rand van het drinkglas wordt. Daarvoor moeten we de bol dus van de pijp aftikken, en daarvoor moeten we weer een manier bedenken om de hete bol toch vast te kunnen houden en te manipuleren. Hiervoor is de pontil. Op het eind van de pontil komt weer een dotje glas, dat door de assistent op de marver (een marmeren of stalen plaat) even in een pijlvorm wordt gerold.

De pontil met een dotje glas.

Dan brengt de assistent de pontil naar de bank. Hij/zij houdt de pontil mooi horizontaal in het verlengde van pijp en werkstuk. Jij pakt met de pincet de pontil vlak achter het glas en plakt de pontil aan de onderkant van je werkstuk. Het is heel belangrijk dat de assistent de pontil losjes in de handen houdt en het positioneren ook echt door jou laat doen. En natuurlijk blijven we gedurende dit alles draaien.

Meteen na het aftikken.
Links de pijp, rechts de pontil.

Nu wordt het even spannend. De neck moet gekoeld worden, liefst alleen met de koude pincet of benenschaar, maar in het begin is het gemakkelijk de pincet even nat te maken en daarmee een klein druppeltje water op de neck te duwen. dan til je de pijp met de linkerhand een beetje op en geeft met de achterkant van de pincet in je rechterhand een droge tik op de pijp. Als het goed is, breekt de bel van de pijp, maar blijft aan de pontil hangen. De assistent loopt meteen met de bel naar de oven en houdt hem warm, terwijl jij de blaaspijp wegzet.

Het openen van het glas

Met een "dank je wel" nemen we de pontil weer over van de assistent, steken hem door (de pontil, niet de assistent) en beginnen nu de afgebroken rand van het glas goed op te warmen. Als het breukvlak mooi is gesmolten en zelfs begint te vloeien, keer je terug naar de bank om het gat open te zetten.

Het openen van de rand van opzij.

Dit openzetten gebeurt met de benenschaar, al moet je misschien eerst even met het pincet of met een enkele punt van de benenschaar het gat wat vergroten. Ook zou je op dit punt de soufletta kunnen gebruiken om de bovenkant van het glas nog wat verder op te blazen. Je assistent houdt de punt van de soufletta dan eerst even enkele ogenblikken voor de oven, zodat het glas niet teveel afkoelt.

Net zoals bij het zetten van de neckline is het belangrijk dat je niet gaat forceren. Je steekt de samengeknepen jack van onder schuin in de kelk en licht de rand rustig omhoog. Intussen ontspan je je hand, zodat de benen van de jack weer uit elkaar gaan.

Het openen van de rand, van boven.

In het ideale geval lukt dat in een enkele handeling, maar in de praktijk zul je een paar keer terug moeten om op te warmen en bij het opwarmen wordt de rand onvermijdelijk weer wat dikker. En als je het openen van de jack te abrubt doet, krijg je zo'n mooie "eendenbek", wat er heel decoratief uitziet, maar het drinkgenot later niet zal verhogen. Geeft niks, gewoon weer opwarmen en herstellen.

En dan komt het ogenblik dat je met een blik naar de assistent zegt "Zullen we hem wegzetten?". De assistent kleedt zich aan - ter geruststelling, dit betekent alleen dat zij/hij een kap opzet, speciale handschoenen aantrekt en eventueel andere maatregelen neemt om zich te beschermen tegen de hitte van het glas en vaooral van de koeloven.

Het aftikken gebeurt op de aftiktafel, die met een brandwerend doek is bekleed. Je tikt een aantal keren met een koud, stalen mes op de afscheiding tussen het glas zelf en het glas van de pontil, tilt het stuk met de linkerhand wat op en geeft met de rechterhand een korte, vinnige tik onder je linkerhand. Het stuk valt op de tafel, of in de handschoenen van je assistent, je trekt voor haar de deur van de koeloven open en het stuk wordt zo ver mogelijk naar achter in de oven gezet, zodat er plaats blijft voor je volgende kunstwerk.

Veiligheid

Glasblazen is op zich niet gevaarlijker dan bijvoorbeeld metaal slijpen of lassen. Natuurlijk is er open vuur: geen wapperende haren dus of losse nylon kleding. Liefst wol of katoen met lange mouwen. Gesloten schoenen met stevige zolen. Een veiligheidsbril. Dat is het wel zo'n beetje.
Je brandt je nooit aan het glas: dat is roodgloeiend en daar kijk je dus wel voor uit. Maar aan de werktuigen kun je niet zien of ze heet zijn, en daar is het soms Au!
Deelname aan de workshops geschiedt uiteraard geheel op eigen verantwoordelijkheid. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor ongevallen of schade op de werkvloer.

Om dezelfde veiligheid letten we er ook altijd op dat de gereedschappen die we voor een werkstuk nodig denken te hebben voor het begin netjes naast de bank onder handbereik op het werktafeltje liggen en niet halverwege paniekerig gaan rondscharrelen op zoek naar soufletta of pincet.

Na het blazen ruimen we de werkplaats op en zetten we alles weer op z'n plaats.

terug naar de homepage



Copyright G-corner Studio 2014